Bosbrand

Bosbrand.

“Zie hoe mooi!” riep ik verbaasd. “De zon geeft een prachtige gloed en kleurt het strand roze”.
Dat waren mijn woorden vorige week bij het verlaten van het Portugese idyllische eilandje Ilha de Tavira.
Dé vakantieplek waar wij ons graag lui en loom in het zand leggen.
En we af en toe verkoeling zoeken in de ijskoude  Atlantische Oceaan. Zilt, warm en lichtelijk aangebrand stapten we in het begin van de avond voldaan op de boot, om naar het vaste land te gaan richting onze vakantiestek.
De prachtige 17e eeuwse Quinta Corcunda (boerderij), in de achterlanden van de gemeente Tavira. Beheerd door onze vrienden  Marga en Rob.

Gedurende de rit  zagen we boven de heuvels vreemde wolken hangen met hier en daar uitlopers naar de grond.
Het waren deze wolken die de zon verduisterden en alles roze kleurden.
“Het regent daar!” riep een van mijn dochters. Ik antwoordde laconiek dat een regenbui uitzonderlijk zou zijn.
Want sinds juli vorig jaar heeft het hemelse vocht zich hier slechts tien dagen laten zien.
En zich als een open stortbak op de grond gekletterd,
waardoor al het water in grote stromen per direct weer verdween via putjes en afwateringssystemen. De aarde kreeg geen kans het vocht te absorberen, met het gevolg dat de hele natuur kurkdroog is en het gras zich toont als groeiend hooi.
“Het lijkt wel brand”, zei mijn andere dochter.
Ook dat leek ons onwaarschijnlijk, want dan zouden het wel heel veel toevallige brandjes tegelijk zijn.
Zelfs met de zichtbare politie langs de weg en wegen die afgezet waren,
drong  niet tot ons door dat er een fikse bosbrand bezig was.
Die zich binnen enkele uren angstvallig snel aan het uitbreiden was.
Eenmaal ‘thuis’ op de Quinta hoorden we het nieuws van de enorme brand  en dat deze de  stad Tavira bedreigde.
Honderden  brandweermannen, blushelikopters en vliegtuigen waren met man en macht bezig de vuurzee te blussen.
’s Nachts zagen wij achter de heuvels de rode dreigende gloed zich weerspiegelen tegen de donkere lucht.
Jongens dit was serieus!

De volgende dag was het donker.
Een grote aswolk hing boven onze regio, het sneeuwde as en verkoolde deeltjes.
We hielden de wind in de gaten, het was deze kracht die het smeulende vuur steeds weer aanwakkerde én de richting van de vuurzee bepaalde.
De brand verplaatste zich in een halve cirkel rondom ons en kwam steeds dichterbij met zichtbare vlammen op enkele kilometers afstand.
In opperste paraatheid plaatsten alle gasten op het terrein van de Quinta de auto’s met hun neuzen richting de uitgang,
stonden tassen klaar voor een eventueel snel vertrek en waakten de mannen in de nacht om beurten op de Quinta.
We duimden voor de brandweermannen en hun moedige werk.  Na dagen pas, was alles onder controle.
We hebben gejuicht bij het zien van de blushelikopters en waren trots op de brandweermannen die zich vol overgave in de voorste linie begaven!
Later ontdekten we dat het dichterbij en heftiger was dan we durfden vermoeden.

“Trots op de brandweerman”, las ik eenmaal bij thuiskomst, in het Brabants Dagblad. Onder de rubriek ‘windwijzer’.
Henry van der Kaay uit Heerewaarden werd hierin belicht. Over zijn beroep als vrijwilliger bij de brandweer.
En dat de windwijzer op zijn dak, in de vorm van een brandweerman, voor hem symbool staat voor trots.
Zijn trots op zijn beroep als brandweerman.

Dit was voor mij geen toevallige rubriek. Me dagen bezig gehouden met vuur, wind en brandweer.
Me nietig gevoeld naast de verwoestende kracht van de natuur kan ik deze uitspraak alleen maar beamen.
Ook wij zijn trots op de brandweermannen, waar ook ter wereld! Nu nog meer dan voorheen.

GerdieYoga 231a

Geschreven door Gerdie van Gerwen juli 2012.